Museum Kurhaus / Kleef

Ewald Mataré Verzameling


Het Museum Kurhaus Kleef

Het Museum Kurhaus Kleef ligt te midden van  een historisch tuinlandschap, dat rond 1750 door Johan Maurits van Nassau-Siegen aangelegd is en sinds het begin van de jaren zeventig van de 20ste eeuw door het landschapsarchitecten Rose en Gustav Wörner weer in zijn oorspronkelijke staat is hersteld. De indrukwekkende tuinarchitectuur wordt door twee tegenover elkaar staande figuren verrijkt – de „Pallas Athene“ van Artus Quellinus de Oudere en de „Nieuwe IJzeren Man“ van Stephan Balkenhol (2004). De godin van de wijsheid en de god van de oorlog lijken elkaar - de een vanaf de grond, de andere hoog boven vanaf een zuil neerblikkend - direct aan te kijken.

In de aangrenzende Forstgarten is het subtiele beeldhouwwerk „Versinkender Würfel“ van Günther Zins (1993) en de indrukwekkende op een open plek staande, zestien meter hoge „L'Ombra del bronzo“ van Giuseppe Penone (2002) te zien.

Het museum positioneert zich in de kunstscène als een museum van internationale betekenis. Het zwaartepunt ligt op de hedendaagse kunst vanaf de jaren vijftig van de twintigste eeuw tot heden.

Dankzij de krachtige ondersteuning van de ‘Vereniging van vrienden Museum Kurhaus en Koekkoek Huis Kleef e.V.’, die ondertussen ruim 1.560 leden telt, kon de hedendaagse collectie van het museum sinds de opening snel groeien. Onder andere met werken van Gerhard Richter, Christo, Yves Klein, Cy Twombly, Günther Uecker en Robert Morris. De collectie werd steeds met werken uit de in het museum georganiseerde tentoonstellingen van internationale, hedendaagse kunstenaars zoals Franz Gertsch, Richard Serra of Mario Merz  uitgebreid. Een aantal van hen maakte belangrijke, speciaal voor de tentoonstelling ontworpen werken, die door het museum aangekocht konden worden – zoals de „Midsummer Flint Line“ (2001) van Richard Long of de in situ werken van Niele Toroni, bijvoorbeeld „Au Café Moritz, hommage à Max“ (2002).

Daarnaast kreeg de fotografie bijzondere aandacht met werken van onder andere Thomas Ruff, Andreas Gursky, Thomas Struth of Jeff Wall.

Verder bezit het museum een bijzondere collectie middeleeuwse beeldhouwwerken en schilderijen van de Nederrijn. Hiertoe behoren werken van Dries Holthuys, Arnt van Tricht en Henrik Holt. Daarnaast is het grafiekkabinet Robert Angerhausen een verder zwaartepunt van het verzamelbeleid. Belangrijke werken van het Kleefse grafelijke en hertogelijke hof, ook dat van Johan Maurits van Nassau–Siegen, zijn in het museum te vinden. Daarom organiseert het Museum Kurhaus Kleef met wisselende intervallen tentoonstellingen die telkens een beeld geven van een bepaalde periode van deze regio. Zo werd bijvoorbeeld de belangrijke beeldhouwer Dries Holthuys in een solotentoonstelling en in de groepstentoonstelling „Heiligen uit hout“ voorgesteld.

Het Museum Kurhaus Kleef is bovendien het enige museum in Duitsland dat tijdens de renovatie van het Rijksmuseum in Amsterdam een deel van die collectie mag tonen. Tijdens de verbouwing werden delen van de Amsterdamse collectie bij zes andere musea ondergebracht. Als enige museum in Duitsland is, naast Antwerpen, Dordrecht of Maastricht ook het Kleefse museum uitgekozen. In meerdere tentoonstellingen toont het daarom de ca. 70 werken van hout of ivoor uit de periode tussen 1200 en 1600. Thematisch staan de werken van overwegend Nederrijnse en Bovenrijnse meesters in relatie tot de eigen collectie van werken uit de regio. Schitterende werken zoals de „Annunciatie“ van Tilman Riemenschneider (Würzburg, ca. 1485 -87) vullen dit ensemble aan.

Na een bijna tien jaar durende planning en een bouwtijd van vijf jaar werd het Museum Kurhaus Kleef in 1997 geopend. De huidige situatie werd ontworpen door de Nederlandse typograaf en ontwerper Professor Walter Nikkels en de architect Heinz Wrede. Zij letten daarbij op een zorgvuldige omgang en een effectief samengaan met de historische kern. Binnen de classicistische muren uit de tijd van Keizer Willem II kon een meesterlijk samenspel van monumentale bouwsubstantie en nieuwe architectuur gerealiseerd worden.

De voormalige wandelhal, waarin de kuurgasten wandelden, wordt tegenwoordig in de lengte  verdeeld door drie galerijen. Zij vormen de kern van het museum en bieden het gehele jaar door wisselende tentoonstellingen van hedendaagse kunst. De zuilengalerij die tijdens de herbouw vergroot werd door een de hele zuidzijde beslaande raampartij verbindt zeer sfeervol de steil aflopende helling met de ruimte binnen. De 55 meter lange zaal biedt ongekende mogelijkheden kunstwerken in een andere dan de gebruikelijke setting te tonen. Zo kunnen bijvoorbeeld de „Alberti Orizzontali“ van Giuseppe Penone (1970 – 91), die meestal verticaal staand getoond werden, voor de eerste keer nu in een opvallende, horizontale setting getoond worden. De „Midsummer Flint Line“ van Richard Long (2001) op bijzondere wijze omkadert door de lange ruimte en verlevendigt door de rij zuilen krijgt hier onverwachte dimensies. Aan het westelijke einde van de galerij bevindt zich de noordwaarts gerichte fonteinsculptuur van de godin der wijsheid Pallas Athene. Het beeld is een geschenk van de stad Amsterdam aan Johan Maurits van Nassau – Siegen, de Brandenburgse en uiterst kunstzinnige stadhouder van Kleef in de 17e eeuw.

Aansluitend krijgen we de pinacotheek met zijn bovenlichten en de wandelhal, die alleen al door hun architectuur imponeren. Zij worden door een nieuw ontworpen trap gedeeld die tussen twee muren de bezoekers naar de bovenste etages lokt.

Het aan de westzijde aangrenzende Friedrich-Wilhelms-Bad behield wegens de grote historische waarde zijn oorspronkelijke toestand van 1846. Op de bovenetage worden in drie zalen zowel porselein en kunsthandwerk als ook hedendaagse kunst getoond. De beide smalle kamers aan de kopzijden worden door de symmetrische installatie „Klever Raum“ (1988) van dan Ulrich Erben getooid.

Voor 2008/9 is gepland dat de benedenetage van het Friedrich-Wilhelms-Bad in de toestand van 1957-64 teruggebracht wordt. De periode dus waarin Joseph Beuys de ruimtes als atelier gebruikte en er werken zoals het monumentale eikenhouten kruis en de deur voor het monument in de oude kerktoren van Meerbusch-Büderich schiep.

Het badhotel, dat voor deze restauratie totaal en onherkenbaar verbouwd was, herkreeg zijn nieuwe architectonische grootsheid. De kleinschaligheid van het hotelgebouw met zijn vele kleine kamers werd verlaten. In plaats daarvan werd onder andere de achterwand van het gebouw naar achteren verplaatst. Daardoor ontstond een tentoonstellingszaal over twee verdiepingen op de eerste etage, die met zijn enorme hoogte een contrapunt vormt met de voor het grootste deel in de lengte uitgevoerde zalen. Hier werden bijvoorbeeld, de buitenruimte erbij betrekkend door middel van het smalle raam, Lothar Baumgartens „Imago Mundi (L‘autre et L’ailleurs)“ (1998) of Giuseppe Penones „Lo Spazio della Scultura (Pelle di cedro)“ (2005) gepresenteerd.

Het oostelijke deel van de eerste verdieping biedt ruimte voor de vaste collectie van het Museum Kurhaus Kleef, voornamelijk beelden, houtsneden en aquarellen van de Rijnlandse kunstenaar Ewald Mataré (1887 -1965). Zijn omvangrijke artistieke nalatenschap heeft dankzij een schenking van zijn dochter Sonja Mataré in het museum zijn plaats gevonden.

terug

Het Museum Kurhaus Kleef
Artus Quellinus d.Ä., portret van Pallas Athene, 1660
De trap tussen wandelhal en pinacotheek, met "Abgleich, Präludium, Variation II" en "Double Pendulum / Unity Without Whole" van Lothar Baumgarten
Het Museum Kurhaus Kleef met de historisch tuinlandschap (foto: ArtMoritz)
Artus Quellinus d.Ä., Pallas Athene (een detail, de uil), 1660
De tuinlandschap aan het Museum Kurhaus Kleef met de Nieuwe Ijzerne Man van Stephan Balkenhol (foto: ArtMoritz)
Thomas Schütte, Groot geest nummer 7, 1997, in de binnenhof van het Museum Kurhaus Kleef © VG Bild-Kunst, Bonn 2019
Giuseppe Penone, L'ombra del bronzo, 2002 © VG Bild-Kunst, Bonn 2019
-> Deze pagina afdrukken