Museum Kurhaus / Kleef

Ewald Mataré Verzameling


Ter gelegenheid van „Joseph Beuys — Werklijnen“: open huis in de „Toren“, 12.06.2016

In het kader van de tentoonstelling „Joseph Beuys — Werklijnen“ wordt geïnteresseerde bezoekers op zondag 12 juni 2016 van 14 tot 17 uur de mogelijkheid geboden om een heel speciale „Beuys-plek“ te bezichtigen, namelijk de „Toren“ van Hanns Lamers in Kleef, waar Joseph Beuys tijdens zijn leven vaak te gast was.
Houdt u alstublieft rekening met het volgende: de privéwoning is niet openbaar toegankelijk! De heer des huizes, zal persoonlijk bezoekers ontvangen, maar enkel diegenen die zich vooraf bij de receptie van het Museum Kurhaus Kleef (Tel. 0049/2821/7501-0, E-Mail kasse@museumkurhaus.de) hebben aangemeld. Er zullen bezoekerslijsten worden gehanteerd.

Oorspronkelijk was de „Toren“ het atelier van de romantische landschapsschilder Barend Cornelis Koekkoek (1803-1862), die het bouwwerk aanduidde als „Belvedere“. Na de Tweede Wereldoorlog, toen de Kleefse kunstenaar Hanns Lamers (1897-1966) er woonde, heette het in de Kleefse volksmond simpelweg: „de Toren“. Beuys was er vaak te gast.

Hanns Lamers, die in München had gestudeerd en regelmatig in Frankrijk verbleef, was een centrale kunstenaarspersoonlijkheid in het naoorlogse Kleef. In armoede maar zelfbewust leefde en werkte hij samen met zijn vrouw Ilse in de toren, vast van plan weer aansluiting met de kunstwereld te vinden. Vanaf 1946 verkeerde hij regelmatig in het gezelschap van de meer dan twintig jaar jongere Joseph Beuys, wiens ouders in die tijd in een nabijgelegen huis aan de Karlsplatz (nu Hanns Lamers-Platz) woonden. Samen realiseerden ze de eerste naoorlogse tentoonstellingen met Kleefse kunstenaars.

Lamers had veel invloed op Beuys. In 1986, slechts een paar weken voordat hij overleed, vermeldde Beuys in zijn „aantekeningen“ voor zijn dankrede ter gelegenheid van de Lehmbruck-Prijs de personen die hij erkentelijk was: Josef Enseling, Ewald Mataré, Walther Brüx en Hanns Lamers — Enseling uitgezonderd allen Kleefse of met Kleef verbonden kunstenaars. Lamers bleef hem levenslang trouw en was voor Beuys, zeker in zijn moeilijke periode een vriend op wie hij echt kon rekenen. 

In 1954 bedankte Beuys hem bij een van de weinige tentoonstellingen van de grotendeels onbekend gebleven Lamers (een groepstentoonstelling met Hann Trier en Georg Meistermann in Galerie Hella Nebelung in Düsseldorf) met een warm openingswoord. Lamers was, zei Beuys, „met de schoonheid en adel van zijn geestelijke en lichamelijke gestalte“ belast geweest met een zware opgave: „meer geweten te hebben en meer verantwoordelijk te zijn“. De „wil tot waarheid“ die uit het „bewustzijn van deze zware opgave“ voorvloeide, heeft hem tot de kunst — „het enige mogelijke“ gedreven: „Kunst, die de waarheid zoekt, waar elders op domme, luie, minderwaardige en laaghartige manier van wordt afgeweken. Vol razernij en waanzinnig is de mens die dit na de laatste oorlog [...] uiteindelijk niet kan erkennen. In de schilderijen van Hanns Lamers licht niet zomaar een of andere waarheidsvervulling op, maar de vervulling van waarheid die een afdruk van de waarheid en  getuigenis van de waarheid genoemd moet worden en die liefde heet.“

terug

-> Deze pagina afdrukken